Grand Est
Drie historische gebieden in één regio — de Champagne met haar krijtkelders, Lotharingen met haar verdronken slagvelden en Art Nouveau-steden, en de Alsace met vakwerkdorpen die in de herfst goud kleuren.
Drie werelden in één regio —
het onbekende Grand Est
Grand Est is geen regio die men als eenheid ervaart — het is drie historische landen die door een bestuurlijke fusie zijn samengevoegd maar elk hun eigen taal, keuken en karakter bewaren. De Champagne, Lotharingen en de Alsace hebben meer onderlinge verschillen dan overeenkomsten — en dat maakt een reis door Grand Est zo verrassend gevarieerd.
De Champagne is het meest bekend — maar wie buiten de grote huizen van Reims en Épernay kijkt, vindt de Côte des Bar in het zuiden: een heuvellandschap van kalk en klei waar kleinere producenten de beste Champagnes maken die men nooit op een restaurantkaart tegenkomt. De Montagne de Reims — het woud tussen Reims en Épernay — heeft wandelpaden door beuken- en eikenbossen met uitzicht over de wijngaarden die men vanaf de snelweg nooit ziet.
Lotharingen is het minst bekende deel van Grand Est — en daarmee het meest verrassende. Nancy heeft het mooiste plein van Frankrijk, Metz heeft een kathedraal met meer glas-in-lood dan Notre-Dame, en de Argonne heeft slagvelden uit de Eerste Wereldoorlog die in het bos zijn opgeslokt en bijna onzichtbaar zijn geworden.
“In de Champagne-kelders van de kleine producenten proeft men geen wijn maar een verhaal — van de krijtbodem, van de oogst, van de handen die de flessen draaiden. Voor een fractie van de prijs van de grote merken.”
De kleine Champagne-producenten — aanbell-bezoek
De grote Champagne-huizen — Moët, Veuve Clicquot, Taittinger — zijn indrukwekkend maar industrieel. De echte ontdekking ligt in de dorpen van de Montagne de Reims, de Marne-vallei en de Côte des Bar, waar duizenden kleine producenten hun eigen Champagne maken op percelen die soms niet groter zijn dan een tuin. Men rijdt een dorpsweg op, ziet een bordje “Récoltant-Manipulant”, belt aan, en proeft een Champagne die nergens anders te koop is.
Aÿ en Hautvillers — het dorp waar Dom Pérignon zijn beroemde ontdekking deed — zijn kleine, stille plaatsen buiten het hoogseizoen. In Hautvillers staat het graf van Dom Pérignon in de kerk. Geen wachtrij, geen entreeprijs.
Nancy — het mooiste plein van Frankrijk
De Place Stanislas in Nancy is het enige plein in Frankrijk dat volledig op de UNESCO-werelderfgoedlijst staat. Het 18e-eeuwse ensemble van goud-verguld smeedijzer, witte gevel en fonteinen is zo perfect dat het op een toneeldecor lijkt. Buiten het zomerseizoen zit men er aan een terras zonder te wachten. ’s Avonds is het verlicht — gratis, grandioos, vrijwel onbekend bij Nederlanders.
Nancy is ook de hoofdstad van de Art Nouveau — de École de Nancy produceerde aan het einde van de 19e eeuw meubels, glas en keramiek van wereldklasse. Het Musée de l’École de Nancy is het beste Art Nouveau-museum buiten Brussel, in een villa midden in een tuin.
Verdun — stille herinneringen aan een verschrikkelijk jaar
De slag om Verdun in 1916 duurde 300 dagen en kostte bijna 700.000 levens. Het slagveld is vandaag een beschermd landschap van heuvels, bossen en kraters die nog altijd zichtbaar zijn onder het gras. Het Ossuaire de Douaumont — een groot beinhaus boven de slagvelden — bevat de beenderen van 130.000 ongeïdentificeerde soldaten achter kleine glazen raampjes in de sokkel. Men kijkt er doorheen. Het is een ervaring die lang bijblijft.