Eiland in de Middellandse Zee · Het eiland van schoonheid
Corsica
Het eiland dat men niet beschrijft maar beleeft — roze granieten bergen die rechtstreeks in een turquoise zee vallen, een maquis die ruikt naar rozemarijn en wilde munt, en een cultuur die hartstochtelijker is dan wat men elders in Frankrijk vindt.
Corsica is geen Frans eiland dat toevallig Italiaans klinkt — het is een wereld op zichzelf, met een eigen taal, een eigen keuken, een eigen muziek en een eigen manier van in het leven staan die men in geen enkel reisgidsje vat. Men begrijpt Corsica pas als men er is geweest — en daarna begrijpt men waarom mensen er telkens naar terugkeren.
Het eiland is kleiner dan men denkt — 183 kilometer lang, 83 kilometer breed — maar bevat meer landschapsdiversiteit dan menig continent. In het binnenland rijdt men van strand naar bergpas in minder dan een uur. De Monte Cinto reikt tot 2.706 meter en is in juni nog besneeuwd terwijl in de baaien eronder de eerste zwemmers zijn aangekomen. De maquis — het geurige struikgewas dat het hele eiland bedekt — ruikt zo sterk dat zeelieden het al roken nog voor ze de kust zien. Napoleon zou dit bedoeld hebben toen hij zei dat hij zijn eiland altijd herkende aan zijn geur.
“Corsica is niet mooi. Corsica is ongelooflijk. Het verschil is dat mooi iets is wat men ziet, en ongelooflijk iets wat men voelt — in de benen na een klim, in de neus bij de maquis, in de mond bij de eerste hap lonzu.”
De Calanques de Piana — roze granieten kathedralen
Tussen de Golfe de Porto en het stadje Piana liggen de Calanques de Piana — een landschap van roze en oranje granieten rotsen dat door wind en zee is geboetseerd tot vormen die men voor sculptuur aanziet. Het staat op de UNESCO-lijst als onderdeel van het Golfe de Porto, samen met de Réserve de Scandola — het meest beschermde natuurgebied van het Middellandse-Zeegebied, uitsluitend per boot bereikbaar.
De weg door de Calanques — de D81 — is smal, bochtig en in het hoogseizoen gevaarlijk druk. Het geheim: kom vroeg in de ochtend of laat in de namiddag. Of neem een boot vanuit Porto — dan ziet men de rotsen van de zeekant, wat spectaculairder is.
Bonifacio — de witte stad boven de afgrond
Op de zuidpunt van het eiland hangt Bonifacio boven de zee op krijtkliffen die 70 meter hoog zijn en die door de eeuwen heen zijn uitgehold door de golven — zodat de onderste huizen van de stad letterlijk boven een holte in de rots hangen. De Genuese citadel bovenop is een labyrinth van smalle straatjes en witte gevels. Het is de meest dramatisch gelegen stad van Frankrijk — en voor zonsopkomst of na de avondboten volkomen verlaten.
Corte — het hart dat klopt
Terwijl de kust in de zomer overloopt, is Corte altijd zichzelf gebleven. De enige binnenlandse stad van Corsica — op een rots, omringd door bergketens, met de Université de Corse als intellectueel centrum — heeft een authenticiteit die men aan de kust moeizaam zoekt. De citadel kijkt uit over de samenvloeiing van de Tavignano en de Restonica. In de stegen verkopen slagers lonzu en coppa van eigen varkens. Niemand haast zich.
De GR20 — zwaarste pad van Europa
De GR20 loopt 180 kilometer dwars over het eiland van Calenzana in het noorden naar Conca in het zuiden — 16 etappes, 10.000 meter hoogteverschil, bergmeren, gletsjers en granieten kammen. Het wordt beschouwd als het zwaarste langeafstandspad van Europa. Maar men hoeft niet de hele route te lopen — één etappe, van Vizzavona naar de Bergeries de Grotelle, geeft al een indruk van wat het Corsicaanse binnenland is: wild, leeg en onherstelbaar mooi.
De Calanques de Piana — UNESCO-werelderfgoed, en toch bijna verlaten vroeg in de ochtend
Zo beleef je Corsica — een week van kust tot bergkam
10:00
Ajaccio — de geboortestad van Napoleon
Het geboortehuis van Napoleon is er, de kathedraal is er, de markt op de Place du Marché is er. Maar het mooiste van Ajaccio is de ochtend op de haven — vissersboten, espresso, de geur van de maquis die van de heuvels afdaalt.
12:00
Marché couvert — charcuterie en kaas
Lonzu, coppa, figatellu, brocciu — de Corsicaanse charcuterie en kazen zijn van een kwaliteit die men buiten het eiland zelden vindt. Koop bij de producenten zelf, niet bij de toeristische winkels op de haven.
15:00
Golfe d’Ajaccio bij avond
De baai ten zuiden van Ajaccio heeft stranden die de stad nauwelijks kent. Neem de kustweg richting Porticcio — kleine baaien, kristalhelder water, geen faciliteiten. Zwemmen tot de zon achter de bergen verdwijnt.
07:00
D81 door de Calanques bij zonsopkomst
Rij de weg door de Calanques voor 8 uur. De roze rotsen gloeien in het vroege licht. Geen bussen, geen andere auto’s. Stop op de parkeerplaatsen en loop tussen de rotsformaties — de paden zijn kort maar spectaculair.
10:00
Boot naar de Réserve de Scandola
Vanuit Porto vertrekt elke ochtend een boot naar de Réserve de Scandola — het meest beschermde mariene gebied van Europa. Rode lavarotsen, zeearenden, dolfijnen, en water zo helder dat men de bodem op 20 meter diepte ziet. Reserveer van tevoren.
16:00
Piana — de bovenkant van de wereld
Het dorp boven de Calanques heeft een terras met uitzicht over de Golfe de Porto dat men nooit vergeet. Aperitief van Corsicaans pastis in het enige café van het plein. De zon gaat achter de rotsen onder en kleurt alles oranje.
08:00
Vroeg vertrek vanuit Corte
De parkeerplaats aan het einde van de Gorges de la Restonica stroomt na 10 uur vol. Vroeg vertrekken betekent een uur klimmen in de stilte van het graniet, met alleen het geluid van de rivier.
10:00
Lac de Melo — het eerste bergmeer
Na 45 minuten klimmen over rotsblokken ligt het Lac de Melo voor men: kristalhelder bergwater op 1711 meter, omgeven door granieten wanden. Zwemmen is mogelijk. De temperatuur is verfrissend, zelfs in augustus.
12:00
Lac de Capitello — nog hoger en stiller
Nog 30 minuten klimmen boven Melo. Kleiner, dieper, meer afgelegen. Men zit er op de rand van het graniet met een bruidssuiker in de verte en de stilte als enige gezel.
09:00
Citadel en de samenkomst der rivieren
De citadel van Corte staat op een rotspunt boven de samenvloeiing van de Tavignano en de Restonica. Het Musée de la Corse erin vertelt het verhaal van Paoli en de Corsicaanse onafhankelijkheidsbeweging — het meest Corsicaanse verhaal dat bestaat.
12:00
Charcuterie lunch in de steeg
De slager in de Rue Pascal Paoli heeft lonzu en coppa van zijn eigen varkens. Een stuk brood, een plak lonzu, een glas Nielluccio — er is geen betere lunch op het eiland.
15:00
Cap Corse rijden — de noordpunt
Het smalle schiereiland Cap Corse is de meest onbewoonde en meest ongerepte kant van het eiland. De kustweg slingert langs Genuese torens, verlaten baaien en maquis die tot aan het water groeit. Rij langzaam en stop vaak.
07:00
Bonifacio bij zonsopkomst — voor de boten
De eerste dagboten arriveren om 9 uur vanuit Sardinië. Daarvoor is de citadel volkomen stil. Loop de Rue des Deux Empereurs — de smalste straat van het eiland — en ga naar het uitkijkpunt boven de kliffen. 70 meter loodrecht omlaag, de zee, Sardinië aan de horizon.
10:00
Grottes de Bonifacio per boot
De grotten onderaan de kliffen zijn alleen per boot bereikbaar. De golven hebben holten en bogen gesneden die men van bovenaf nooit ziet. Een klein zeekajakje of een glasbodemboot — beide geven een ander perspectief op de stad boven.
14:00
Désert des Agriates — verlaten kust per boot
Aan de noordwestkust van het eiland ligt een volkomen ontoegankelijk kustgebied — geen weg, geen bebouwing, alleen maquis en witte stranden. Bereikbaar per boot vanuit Saint-Florent. De Plage du Loto is een van de mooiste stranden van Europa — en vrijwel altijd leeg.