Geschiedenis
Verborgen parels
De kerk die men niet ziet,
maar nooit meer vergeet
Men loopt er zomaar langs. Er is geen toren die de aandacht trekt, geen groot portaal dat uitnodigt. Alleen een houten deur in een kalkstenen wand, half verscholen achter klimop, aan het einde van een smal straatje in Aubeterre-sur-Dronne. Wie die deur opent, stapt een andere wereld binnen — een wereld die al meer dan duizend jaar bestaat, maar die het daglicht nooit heeft gezien.
Aubeterre-sur-Dronne ligt in de Charente, op de grens van drie oude provincies: Angoumois, Saintonge en Périgord. Het dorp klimt in witte terrassen omhoog langs de oever van de Dronne, met huizen van de kalkrots die het zijn naam gaf — alba terra, witte aarde. Het is een van de mooiste dorpen van Frankrijk, officieel erkend, maar nog altijd onbekend genoeg om er in alle rust rond te lopen.
Een kathedraal uit de rots gehouwen
De kerk van Saint-Jean bestaat al sedert de zevende eeuw, maar haar huidige vorm dankt men aan de Benedictijnse monniken die haar in de twaalfde eeuw volledig uit de kalkrots uithouwen. Niet gebouwd — uitgehouwen. Steen voor steen verwijderd uit de klif, tot er een ruimte ontstond van 27 meter lang, 16 meter breed en op het hoogste punt 20 meter hoog. Het is de hoogste ondergrondse kerk van Europa.
“Van buiten is er niets te zien. Geen gevel, geen klokkentoren, geen roosvenster. Alleen die deur in de wand. En dan — stilte, koelte, en een ruimte zo groot dat men even vergeet adem te halen.”
Wat men vindt op de vloer
In het midden van de kerk bevindt zich een doopvont uit de vroegchristelijke periode, in de rots uitgehouwen in de vorm van een Grieks kruis. Rondom liggen tachtig sarcofagen, ook in de rots gesneden, elk met het hoofd gericht naar Jeruzalem. In de apsis staat een relikwieënkast van zes meter hoog, vervaardigd uit één enkel blok steen — een meesterwerk van romaanse kunst, gemodelleerd naar het Heilig Graf dat de heer van het kasteel had aanschouwd tijdens de eerste kruistocht.
Tijdens de Franse Revolutie deed de kerk dienst als salpeterfabriek. Later werd het een begraafplaats. In 1950 raakte de ingang volledig bedolven onder een instorting van de klif en pas in de jaren zestig werd ze herontdekt en opgegraven. De houten deur die men nu opent, stamt uit die restauratieperiode. Alles erachter is eeuwenoud.
Het dorp boven de kerk
Aubeterre zelf is de moeite waard voor wie na het bezoek aan de kerk boven komt en de zon weer op het gezicht voelt. Het dorpsplein — Place Trarieux, vernoemd naar de oprichter van de Ligue des droits de l’homme die hier werd geboren — is omzoomd door restaurants en ateliers van keramisten, houtdraaiers en schilders. Op heldere dagen reikt het uitzicht ver over de vallei van de Dronne.
Onderaan het dorp kan men de rivier oversteken en langs de oever lopen. Er is een strandje, schaduw, en de kalmte van water dat al die eeuwen langs dezelfde witte kliffen is gevloeid — langs dezelfde rots waaruit men, ergens daarboven, ooit een kerk heeft gesneden die niemand van buiten kan zien.













